Eredienst en de 21ste eeuw – 1. Niet voor buitenstaanders

kerk-verjaardag

Dit blog is het eerste in een serie over de vormgeving van christelijke kerkdiensten in de 21ste eeuw
1. Niet voor buitenstaanders
2. Het huis van God
3. Zuiver vals zingen
4. Willen we de Psalmen echt bewaren?
——-

Jongeren bij de Klaagmuur
Toen wij op vrijdagavond bij het begin van de Sabbat de Klaagmuur in Jeruzalem bezochten wees onze gids ons de andere kant op. “Je moet niet naar de oude mannen met baarden kijken”, zei hij, “maar daar, naar die jongeren!” En daar kwamen ze inderdaad, grote groepen orthodox joodse jongeren. Ze dansten over het plein, zongen, klapten en verbeelden zo in optima forma de vreugde van de Sabbat. Het begin van de Sabbat was voor hen een feest! Ze wisten dat het sabbatsmaal zou volgen en voor hen was deze vrijdagavond het hoogtepunt van de week. Ze straalde vreugde en plezier uit.

Verjaardag
Heeft u weleens uw verjaardag op zondagmorgen tijdens de kerkdienst gevierd? Alle gasten uitgenodigd om 10 uur ’s morgens plaats te nemen in de banken? Dan bedoel ik geen jubileumdiensten waarbij de jubilaris zelf de liederen uitzoekt en het programma opstelt maar gewone reguliere zondagse erediensten. En hoe vaak spreekt u op zondag af met niet christelijke vrienden of familie en neemt u hen vooraf of na afloop mee naar de kerkdienst? Hoe vaak neemt u überhaupt een niet-christen mee naar de kerk? Een tiener uit onze kerk vierde ooit haar verjaardag op club. Ze nam haar vrienden en vriendinnen mee naar een gewone clubavond en daar deden ze mee met de clubactiviteiten. Er kwamen sowieso vaak vrienden mee naar clubavonden; veel tieners namen hun logé liever mee dan dat ze een keer oversloegen. Fantastisch! Dat betekent dat die tieners het naar hun zin hadden op club. Je neemt namelijk niemand mee naar een plaats waar je het zelf niet naar je zin hebt. Als je jezelf prettig voelt op de clubavonden dan neem je graag iemand mee. Dat geldt voor veel meer dingen. Als je een goed boek hebt gelezen dan spoor je anderen aan om het ook te lezen. Wil je een goede film nog een keer wilt zien? Goede kans dat je die 2e keer iemand mee probeert te nemen. Als je van een muziekband of een bepaalde componist houdt dan probeer je die muziek aan iemand te slijten. Als Feyenoord een prachtige wedstrijd speelde dan gaat het daarover bij de lunch op het werk als je met een niet-Feyenoord fan aan tafel zit. “De sfeer in de Kuip is zo goed, je moet een keer meekomen om dat mee te maken!” Er zijn christenen voor wie het Evangelie zo groot en fantastisch is dat zij het op dezelfde manier uitstralen, waar het hart vol van is daar stroomt de mond van over.

Projectie
Andersom werkt het ook, als je zelf ergens niet van geniet dan werkt dat belemmerend voor anderen. Je spreekt er negatief over of je non-verbale communicatie spreekt boekdelen. De kans dat je het deelt is klein, laat staan dat je probeert om mensen mee te krijgen. Dan zeg je: “Heb je dat boek al gelezen? Niet doen, het is verschrikkelijk saai!” of “voor mij nooit meer een concert in de ArenA, wat een galmbak.” Met de kerk werkt dat natuurlijk hetzelfde. Als je zelf niet enthousiast bent over de diensten dan is de kans groot dat je dat uitstraalt, ook naar buitenstaanders. Een christen die zelf niet helemaal tevreden is met de muziekstijl in een kerk neemt minder snel of helemaal niet een niet-christen mee. Dan komt de suggestie om de muziekstijl aan te passen in de diensten, om andere liederen te zingen of om de liturgie aan te passen zodat er meer buitenstaanders zullen komen. De vraag is natuurlijk of dat terecht is, want wellicht houdt die collega juist wel van die orgelmuziek, dat combo of het bandje. De kans is nog groter dat iemand die zelden in de kerk komt elke kerkelijke muziekstijl vreemd vindt en het idee om met elkaar te zingen sowieso achterhaald vindt. Je kunt van alles veranderen, voor een niet-christen maakt de vorm waarschijnlijk niet zo heel veel uit. Ze verwachten allereerst in de kerk een stijl die anders is dan ze gewend zijn en zullen eerder gevoelig zijn voor de beleving van diegene die hen meenam. Maar de niet-tevreden christen projecteert zijn eigen onvrede op zijn niet-christelijke vrienden, collega’s of familieleden en straalt dat uit of neemt hen zelfs niet mee naar de kerk. Dat is jammer.

Verkeerde conclusies
Voor kerkenraden is dat een reden geweest om terughoudend te zijn in het veranderen van kerkdiensten. Terecht wezen zij op dit projectie-probleem en waren mede daarom summier met het doorvoeren van vernieuwingen. Vaak projecteren zij ook hun eigen ervaringen weer op nieuwe generaties: “Vroeger hield ik ook niet van orgel-muziek maar ik heb geleerd er van te houden, dat zal voor nieuwe generaties zo ook wel gaan werken.” De remedie tegen deze kwaal wordt gezocht in het voorlichten en aansporen van gemeenteleden. Ontevreden gemeenteleden moeten bij zichzelf te rade gaan, zich afvragen of ze wel met de juiste instelling naar de kerk gaan, of ze zich wel goed voorbereiden en (nog steeds terecht) of ze hun eigen problemen niet projecteren op anderen. Een typisch geval van een goede analyse waaruit een verkeerde conclusie wordt getrokken en een contraproductieve oplossing wordt toegepast. Het lijkt een beetje op die winkel waar de eigenaar met een bepaalde geur klanten probeert te trekken. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze geur klanten aanzet tot extra aankopen maar het personeel vindt het stinken. Het personeel klaagt en loopt rond met een lang gezicht. Sommigen personeelsleden zeggen zelfs uit zichzelf tegen de klanten dat het hen spijt dat het zo stinkt. De sfeer in de winkel is niet prettig en de omzet daalt. Sacherijnige medewerkers blijken de klanten geen prettige winkelervaring te bezorgen, een aantal klanten blijft zelfs weg. De eigenaar roept zijn personeel bijeen en legt nog een keer het doel van de geur uit, hij doet dit met grafieken en haalt er zelfs een expert bij. Hij roept de medewerkers op om hun instelling aan te passen. De medewerkers vinden het nog steeds stinken, een aantal van hen zet zich eroverheen maar een groter aantal gelooft het gewoon niet. Sommigen zijn het met de eigenaar eens en verdedigen zijn besluit wat weer leidt tot discussies en groepsvorming. De verkopen zakken maar de eigenaar houdt vol, hij heeft academisch gezien namelijk gewoon gelijk. Zijn collega winkelier 3 straten verderop luistert wel naar zijn personeel en gebruikt een ander geurtje. Zijn personeel is daar zo tevreden mee en waardeert het zo dat ze inspraak hebben dat ze een stapje harder gaan lopen en op verjaardagsfeestjes zeggen: “Bij ons in de winkel ruikt het echt lekker!”.

Niet voor buitenstaanders
Hoe komt het dat zo weinig christenen iemand meenemen naar de kerk? Dat heeft alles te maken met de manier waarop veel christenen zelf in de kerk zitten. Ontevreden mensen nemen niemand mee. Je moet je bij de invulling van de diensten dan ook niet laten leiden door buitenstaanders en hopen op grote aantallen nieuwe gemeenteleden. Richt je allereerst op je eigen gemeenteleden. Zorg ervoor dat de christenen op zondag met veel plezier naar de dienst komen. Dat ze er naar uitkijken, zoals ze uitkijken naar een film, een feest of een voetbalwedstrijd. Laat het een plek zijn waar zij zich thuis voelen, zichzelf kunnen zijn. Natuurlijk is het niet mogelijk om het ‘iedereen naar de zin te maken’ en dat moet het streven ook niet zijn. Maar er is alles voor te zeggen om op zondag een sfeer te creëren die mensen aanspreekt. Niet alleen omdat ze dan sneller iemand mee zullen nemen maar allereerst omdat alles waarvoor we een kerkdienst houden beter tot zijn recht komt als mensen zichzelf herkennen in de stijlen en de vormen. In de tempeldienst was er het reukoffer, volgens Psalm 141 was het reukwerk als een gebed tot God. Het offer rook heerlijk. Rook het vooral lekker voor God, of voor de persoon die het offer bracht? Uiteraard is het laatste het belangrijkst, de aanbidding is juist effectief doordat de bidder iets offert dat hijzelf lekker vindt ruiken. Als wij liederen zingen voor God die wij zelf mooi vinden qua melodie en formulering dan offeren wij aan God een goed ruikend reukwerk. Andersom geldt natuurlijk dat het zingen van een lied dat jezelf niet aanspreekt, waarbij je gedachten weg dwalen of waarbij je maar wat voor je uit mompelt hetzelfde is als modder offeren aan God. Hetzelfde geldt voor het gebed, als de voorganger een lang, vormelijk gebed uitspreekt is de kans groot dat hij grote delen van zijn gehoor onderweg kwijtraakt. Een predikant die zijn gemeente wat wil leren, voorhouden of hen wil waarschuwen doet dat het beste in een preek die aansluit bij de leefwereld van de hoorders. Dat betekent dus goede voorbeelden, een relevant gebruik van de taal, actuele thema’s en duidelijke toepassingen. Bij het vormgeven van de kerkdienst hou je geen rekening met buitenstaanders maar met binnenstaanders, hen wil je bereiken, hen wil je enthousiasmeren of een spiegel voorhouden, je wilt hen raken, opbouwen of toerusten. En daarmee bedoel ik niet dat je mensen naar de mond moet praten. Ook als je een knetterende vermaning hebt dan komt die het beste aan als je de juiste vormgeving gebruikt. Als ik mijn kinderen met een Vlaams accent straf geef is de kans groot dat ze me niet begrijpen of rollend over de vloer kruipen van het lachen.

De rotste dag
Kinderen voor kinderen zong:

Zondagmiddag, spitter spatter spetter
Omdat je niks bedenken kan verveel je je te pletter
En ook omdat je op zo’n dag niks mag
Is zo’n zondag voor mij
De rotste dag

Als kind was ik het er helemaal mee eens, maar dacht ik ook dat dat een grote zonde was. Zondag een rotdag noemen, dat moest toch wel heiligheidsschennis zijn, dacht ik. Wat werkelijk zonde is is dat er zo’n verschil is ontstaan tussen de vreugde van de Sabbat en de onvrede over de kerkdiensten. Wat een verschil met die jongeren in Jeruzalem. Is dat alleen iets wat jongeren (ondertussen volwassenen) zichzelf aan moeten blijven rekenen, of is dat ook een aandachtspunt met een uitroepteken voor kerkenraden. Die kinderen van vroeger zijn de ouders van nu. Veel van hen zijn nog steeds niet erg enthousiast over de traditionele kerkdiensten. Hoe kunnen deze ouders hun kinderen enthousiast krijgen voor de kerk als ze zelf al met lood in de schoenen gaan? Hoe kunnen we van hen verwachten dat ze hun buren, vrienden en familie meenemen? En het allerbelangrijkst: hoe kunnen we van hen verwachten dat ze enthousiast zijn voor het Evangelie en met vreugde Christus willen volgen en met spijt hun zonden willen belijden? Aandacht voor de kerkdienst en de invulling van de liturgie is van groot belang, het is de hoogste tijd voor grootschalige hervorming op dit vlak. Dat lukt niet alleen met een nieuw lied, een ander instrument of kleine liturgische aanpassingen. En dat gaat ook niet alleen over de christenen in orthodoxe kerken die meer naar de evangelische hoek neigen. Het gaat om het herontdekken over hoe we God de eer kunnen geven en samen kunnen komen op een manier die past bij de mens van de 21ste eeuw waarbij de Bijbelse boodschap en het beroep dat het Evangelie op ons leven doet, gediend wordt. Niet met het oog op de buitenstaanders maar allereerst en allermeest met het oog op de christenen zelf en de geur van het reukoffer.

——-
Dit blog is het eerste in een serie over de vormgeving van christelijke kerkdiensten in de 21ste eeuw
1. Niet voor buitenstaanders
2. Het huis van God
3. Zuiver vals zingen
4. Willen we de Psalmen echt bewaren?

Reacties