Moeten vrouwen altijd zwijgen van Paulus?

Een paar weken geleden schreef ik een zeer uitgebreid artikel over de betekenis van Paulus’ meest stevige zwijgtekst in 1 Timotheüs 2. Op verzoek plaats ik vandaag een toegankelijkere samenvatting. Voor meer informatie verwijs ik naar het oorspronkelijke stuk, of naar mijn boek Nederlander met de Nederlanders, een positieve, orthodoxe visie op homoseksualiteit, wetenschap en vrouwelijke leiders.

Accommodatio
Paulus past zich aan zijn omgeving aan om het Evangelie te kunnen dienen: “Voor allen ben ik alles geworden, om in ieder geval enigen te behouden.” schrijft hij in 1 Kor 9:22.
Zijn rol in Gods heilsplan beschrijft hij als de verkondiging van Jezus Christus, en die gekruisigd” aan de heidenen. God kwam naar ons toe en werd mens in Jezus Christus. Hij droeg de kleding, sprak de taal, at het eten, en volgde de gewoonten van de mensen van zijn tijd. God buigt zich naar ons toe zodat wij hem kunnen begrijpen. Dat wordt ‘accommodatio’ genoemd: God die zich aanpast aan de menselijke maat, om ons te kunnen bereiken met zijn heilsplan. Als Paulus voor de Joden als een Jood wordt, voor de zwakke als een zwakke, en voor de niet-Joden als een heiden, dan volgt hij daarmee Gods voorbeeld. Op deze manier kan hij drempels verwijderen of verlagen die tussen de mensen en het goede nieuws instaan.

Efeze
Timotheüs geeft leiding aan de gemeente in Efeze. Paulus wil dat de jonge gemeente een goed imago heeft in de stad. Daarom roept Paulus op tot het beëindigen van interne ruzies, oudsten die goed bekend staan, en gebed voor een goede verhouding met de overheid.
Dit thema komt terug in meerdere brieven. Timotheüs is daar erg vertrouwd mee, hij is namelijk één van Paulus meest nabije medewerkers, die veel van deze brieven zelfs meeschreef. Timotheüs vergezelde Paulus op zijn zendingsreizen, en wordt door Paulus zelfs zijn geestelijke zoon genoemd. We mogen dus verwachten dat Timotheüs aan een half woord genoeg. Wij hebben dat niet, en lopen het risico om oppervlakkig te lezen en te snel te denken te begrijpen ‘wat er staat’.

Berucht
In de aanloop naar de beruchte woorden over de vrouw (H 2:9-15) vinden we deze ‘halve woorden’ duidelijk terug. In vers 1-3 schrijft Paulus over de verhouding tussen de gemeente en de stad, en noemt hij het Gods wil dat de christenen in rust kunnen leven. Want God wil dat alle mensen tot kennis van de waarheid komen (vers 4). In de verzen 4-7 schrijft Paulus vervolgens over de Paulus’ roeping om de waarheid van het Evangelie aan de heidenen te verkondigen. Er is een duidelijk verband tussen de plaats van de gemeente in de stad, en de verkondiging van het Evangelie.
Vanaf vers 8 wordt Paulus concreet. Eerst spreekt hij de mannen aan, die daarom hun woede en meningsverschillen achter zich moeten laten, en met “opheffing van heilige handen” moeten bidden. Ruzie in de gemeente geeft geen goede getuigenis van het Evangelie. De vorm, de opgeven handen, is geen doel in zichzelf, maar de eensgezinde boodschap die er vanuit gaat.

Vrouwen
Direct daarna spreekt Paulus de vrouwen ‘evenzo’ aan, en dus met hetzelfde doel. De aanwijzingen die Paulus hen geeft sluiten naadloos aan bij de gangbare normen van die tijd. Vrouwen moeten zich ingetogen gedragen, zwijgen in het publiek, en onderdanig zijn aan hun man. De wet van Mozes kent deze wetten niet, ze zijn puur Grieks/Romeins. Van origine hadden vrouwen in de Romeinse wereld weinig rechten. Langzaam kwam daar verandering in. De Romeinse vrouwen hadden al een betere positie dan de Griekse, en vanuit Rome zelf kwam er in de loop van de 1ste eeuw de beweging van de ‘Nieuwe Romeinse Vrouw’ op. Vooral in de hogere kringen was er bij sommigen sprake van een zeer activistische houding die tot veel onrust leidde in de samenleving.

In navolging van Rome begon dit ook in Efeze te spelen. Het is voor de hand liggend dat dit ook in de jonge kerk tot conflicten leidde. Daarnaast was er ook sprake van een dwaalleer. De dwaalleer die Paulus beschrijft lijkt op een vroege vorm van het gnosticisme, waarbij Eva geen blaam treft voor de zondeval, en de vrouw de ontdekker is van de hogere kennis. De combinatie van deze dwaalleer samen met de opkomst van de ‘Nieuwe Romeinse Vrouw’ is een recept voor ruzie en conflict, zowel binnen de gemeente, als met de mensen van de stad Efeze. Kennelijk zowel onder mannen (vers 7) als onder vrouwen (vanaf vers 8). Later in de brief zal Paulus ook weduwen aanspreken op hun houding en reputatie, en in het laatste hoofdstuk schrijft hij opnieuw over de ‘zogenaamde kennis’ (gnosis betekent kennis) die deze dwaalleraren denken te hebben.

Plaats
Paulus wil dat de vrouwen hun gebruikelijke maatschappelijke positie innemen. Dat is een harde boodschap, ook voor Paulus die aan de Galaten schrijft dat er in Christus geen onderscheid is tussen man en vrouw. Maar het imago van de gemeente mag niet in een kwaad daglicht komen doordat sommige vrouwen haar misbruiken als activistisch emancipatie-middel. Dat wil niet zeggen dat de maatschappelijke normen goed zijn. Petrus noemt ze zelfs onrechtvaardig! Deze aanwijzingen lijken zeer sterk op soortgelijke aanwijzingen die hij aan slaven geeft. Maatschappelijk onrecht dat omwille van het Evangelie gedragen moet worden.
De manier waarop Paulus zijn woorden formuleert lijkt ongenuanceerd. Dat past binnen het kader dat niet de gemeente wordt aangeschreven, maar Timotheüs, die aan een half woord genoeg heeft. Timotheüs krijgt een paar korte handvatten om orde op zaken te stellen. In de praktijk zal hij deze, samen met de bredere kennis die hij van Paulus’ theologie heeft, gebruiken om tot een goed onderbouwd verhaal te komen. Een preek waarin geen plaats is voor dwaalleer of rebellie, maar waarin de vrouw ook bemoedigd zal worden, zoals Paulus gewend is.

Zondeval
Paulus verwijst, net als in soortgelijke passages in zijn andere brieven, naar de zondeval, die de moeilijke positie van de vrouw veroorzaakte. God had man en vrouw gelijkwaardig geschapen, om samen te heersen over zijn schepping. Maar toen de mens de macht greep onderwierp de fysiek sterkere man als eerste de zwakkere vrouw. Dat is het onrecht dat ook de vrouwen in Efeze treft. Maar de vrouw is zelf medeschuldig aan het afwijzen van Gods heerschappij. Ze is geen slachtoffer van de man, maar van de gevolgen van haar eigen keuze. Dat is een andere boodschap dan het gnosticisme. Ook de vrouw heeft vergeving nodig. Daar ligt nu het accent op vanwege de omstandigheden.
Daarom moeten wij in onze tijd geen kortsluiting veroorzaken door deze context-gerelateerde aanwijzingen als algemeen christelijk te verklaren. Dat strookt niet met het Oude Testament of met het gelijkheidsbeginsel in de Galatenbrief. Het klopt niet met de scheppingsorde, en promoveert onrechtvaardige Grieks/Romeinse normen tot goddelijke waarheden. Bovendien versimpelen we de tekst dan tot simpele regeltjes waar Paulus zich in hoofdstuk 1 juist tegen uitspreekt.
Als we deze passage recht willen doen dan moeten we nadenken over hoe wij in onze cultuur het Evangelie kunnen dienen. Welk beeld geven wij aan onze tijdsgenoten van Jezus? Maken we van het christelijk geloof een ethisch achterhaald, oneerlijk verhaal? Of geven we de vrouw de plek die God haar gaf bij de schepping, die ook nog eens aansluit bij de gangbare normen van onze cultuur?

Het staat er niet
“Het staat er toch-isme” is een gemakzuchtige manier van Bijbel lezen. Het ontslaat ons van biddend onderzoeken en begrijpen. Daarmee verliezen we de verantwoordelijk voor de praktische uitwerking in onze tijd. Het stopt ons nadenken over manieren waarop we ons kunnen buigen naar de mensen van onze tijd. Niet voor niets schrijft Paulus elders ‘de letter dood maar de Geest maakt levend’ (2 Kor 3:6). Deze brief krijgt echt gezag als wij vrouwen in onze tijd wel laten spreken, en hen niet tegenhouden om de vruchten laten dragen die passen bij de talenten die God hen geeft. “Want dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze Zaligmaker, Die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen.”

Reacties