Onbegrip van Romeinen 1 leidt tot afwijzing homo’s in de CGK

Ethische richtlijnen
Romeinen 1 is voor veel christenen van essentieel belang in hun afwijzing van homoseksuele relaties. Dit hoofdstuk schreef Paulus als inleiding op een diepe, brede theologie die uitmondt in de verlossing van Romeinen 7:25. Paulus geeft in Romeinen 1 geen ethische richtlijnen of morele grenzen aan, hij wil aantonen dat de mensheid zonder God in onrecht valt. De commissie die namens de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) de bezwaren tegen het verbod op homo-relaties onderzocht erkent dit van harte. Toch begaat ze een grote fout door toch ethische richtlijnen uit het hoofdstuk te willen halen. Een verzonnen voorbeeld om dit te illustreren:

Dwaze liedjes
Stel, een openbaar aanklager daagt een willekeurige staat voor de rechter omdat drugsgebruik niet verboden is. Volgens de aanklager zijn mensen onder invloed namelijk een gevaar voor zichzelf en de samenleving. Om dit aan te tonen verwijst de aanklager naar een bekend fenomeen. Drugsgebruikers maken zichzelf regelmatig bespottelijk tijdens hun hallucinaties. Op straat staan ze vaak, onder invloed, heel hard en vals ongepaste liedjes te zingen. Als je naar het centrale plein van de hoofdstad gaat zie je dagelijks drugsgebruikers die zich gedragen als schandelijke dwazen.
“Mensen die zich door drugs laten leiden, vertonen waanzinnig gedrag!”, zo stelt de aanklager. “Ze verwisselen hun gezonde verstand voor hallucinaties. Ze verwisselen normale gesprekken voor liedjes die hen tot schande maken!” Iedereen in de rechtszaal knikt, tot zover kan iedereen het betoog van de aanklager meemaken. Drugsgebruik zorgt ervoor dat mensen raar gaan zingen, daar is geen twijfel over mogelijk.

Onder invloed
De aanklager gaat verder: “net zoals het drugsgebruik zorgt voor rare liedjes, zorgt het voor veel meer vormen van schandelijk gedrag. Mensen die onder invloed zijn bedriegen hun partner, verwonden voorbijgangers, bekrassen auto’s, lopen door rood licht”.
Het betoog van de aanklager is helder, hij wil de link aantonen tussen drugsgebruik en schandelijk gedrag. Dat drugsgebruik voor schandelijk gedrag zorgt is iedereen duidelijk dankzij de liedjeszingerij. Dat laatste gebruikt hij dan ook als voorbeeld om de invloed van de drugs duidelijk te maken. Maar waar het de aanklager werkelijk om gaat is aan te tonen dat drugsgebruik enorm veel onrecht veroorzaakt, en daarom verboden moet worden. Het stoned zingen illustreert dit, maar de aanklager wil zeker niet beweren dat alle vormen van gezang schandelijk of onrechtvaardig is.

Tempelprostitutie
Paulus volgt een soortgelijk betoog in Romeinen 1. Hij wil aantonen dat goddeloosheid en ongerechtigheid bij elkaar horen (vers 18). Als God wordt ingewisseld voor de afgoden, wordt het recht ook ingewisseld voor het onrecht (vers 28). Om dat aannemelijk te maken volgt Paulus 3 stappen. De eerste 2 zal iedereen beamen, waardoor Paulus’ eigenlijke punt, stap 3, aangetoond kan worden. Stap 1 is dat de heidenen de heerlijkheid van de levende God vervangen hebben door afgodsbeelden van sterfelijke schepselen (vers 23). De Romeinse christenen die Paulus aanspreekt zullen dat direct begrijpen. Het is een feit dat de afgodendienaars knielen voor dierenbeelden. Stap 2 verlegt de focus van de aanbidding van afgoden naar het concreet uitvoeren van onnatuurlijk gedrag. Rondom de afgodentempels vonden allerlei vormen van tempelprostitutie plaats. Ook homoseksuele cultische handelingen hoorden daarbij. Om de goden te eren gingen getrouwde heteroseksuele mannen tijdens afgodsriten seks hebben met priesters. Gedrag dat buiten de cultus als schandelijk bekend stond.

Goddeloosheid
Ook voor de Romeinen waar Paulus aan schrijft was dit een bekend fenomeen. Zij zagen direct de link tussen de afgodendienst en deze bijbehorende homoseksuele handelingen. Voorlopig vertelt Paulus niets nieuws. Niemand van de Romeinse christenen zal ontkennen dat het aanbidden van de afgoden leidt tot seksuele handelingen die buiten de cultus om niet normaal zouden zijn. Deze link maakt Paulus erg expliciet: “Zij hebben het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper. Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke hartstochten.” (vers 25,26).
Nu de link tussen afgoden verering en schandelijk gedrag (door het voorbeeld van tempelprostitutie) duidelijk is geworden, gaat Paulus naar stap 3: “En omdat het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan verwerpelijk denken, om dingen te doen die niet passen. Ze zijn vervuld van allerlei ongerechtigheid, hoererij, [etc. etc.]” (vers 28). Goddeloosheid leidt tot onrecht, dat is Paulus betoog.

Niet veralgemeniseren
Als we Paulus woorden over homoseksuele handelingen gaan veralgemeniseren, zoals het CGK rapport wil, gaat het gruwelijk mis. Dan verliest stap 2 haar functie. Als Paulus het ook heeft over de relaties van homoseksuele christenen, valt de link met de afgodendienst volledig weg. Dan raakt Paulus op bladzijde 1 van zijn heilstheologie zijn toehoorders al kwijt. Die zien het verband niet tussen mannen die in liefde en trouw samen leven en de afgodendienst. Als homoseksuele christenen en homoseksuele afgodsriten op 1 lijn zouden worden gezet, wat is dan nog het verschil dat Paulus aan wil tonen? Dan degradeer je Romeinen 1 van een inleiding op de heilstheologie tot het aan de kaak stellen van specifieke zonden.
Dan pak je alle goede zangers op, die talent van God hebben gekregen, en liefde hebben voor hun vak, terwijl het drugsgebruik in de samenleving buiten beschouwing wordt gelaten. Of nog erger, dan suggereer je dat ook de goede zangers hun talenten kennelijk uit kwade bron hebben ontvangen. Een jarenlange heksenjacht op zangers is het gevolg.

Goedbedoeld onrecht
Op homoseksuelen is al decennialang een heksenjacht gaande, juist ook vanwege dit onbegrip. Het uitsluiten van godvrezende broeders en zusters van de avondmaalstafel is hier helaas slechts een voorbeeld van. De vooringenomenheid om op elke bladzijde van de Bijbel specifieke normen te kunnen ontdekken heeft rotte vruchten tot gevolg. Vruchten zoals zelfhaat, eenzaamheid, suïcide, uitsluiting, ontslag, onbegrip en kerkverlating. Gevolgen die niet door goedbedoeld schijnpastoraat door heteroseksuelen opgelost kunnen worden. Eerder deze week schreef ik over wereldgelijkvormigheid en ‘gij geheel anders’. De conclusie is dat het Paulus niet gaat om wat wij doen, maar uit welke gezindheid wij leven. Ook hier in Romeinen 1 is juist dat het doel van zijn betoog. Leven we vanuit Christus, of leven we zonder God? Als wij onze broeders en zusters van het avondmaal weren zonder dat hun geloofshouding relevant is, dan zitten we echt op de verkeerde weg. Dan is de veralgemeniseerde regel belangrijker dan de persoonlijke belijdenis. Van deze conclusie is bekering nodig. Wie vertelt het de commissieleden in een liefdevol pastoraal gesprek?

——————

Lees ook de uitgebreide serie over orthodoxe christenen en homoseksualiteit die Robert Plomp schreef.

Reacties