Willen we de Psalmen echt bewaren? – Eredienst en de 21ste eeuw – Deel 4

Dit blog is het vierde in een serie over de vormgeving van kerkdiensten in de 21ste eeuw
1. Niet voor buitenstaanders
2. Het huis van God
3. Zuiver vals zingen
4. Willen we de psalmen wel behouden?
——-
Per se
Pas schreef ik in een blog: “Het decennialang drammen dat die prachtige psalmen per se op die saaie melodieën met dat verschrikkelijke orgel gezongen moesten worden, dat heeft veel meer schade aangericht”.
Het was een heel erg provocerend, ongenuanceerd zinnetje, maar over de formulering heb ik heel goed nagedacht. De kern van het probleem wordt er namelijk glashelder in beschreven. De psalmen zijn prachtig, maar jammer genoeg willen sommige christenen per se dat ze op één bepaalde melodie gezongen worden, met het orgel, in een van de oude berijmingen.

Prachtige psalmen
De schrijvers van de Psalmen durven dingen tegen God te zeggen waar orthodoxe christenen nu van terug schrikken. “Doe mij recht, HEERE, want ik ben rechtvaardig en oprechtheid is bij mij.” (Psalm 7), “Heere, waarom verbergt U Zich in tijden van benauwdheid?” (Psalm 10), “HEERE, luister naar mijn rechtvaardige zaak (..) Laat van Uw aangezicht mijn recht uitgaan (..) U hebt mij getoetst, U vindt niets.” (Psalm 17).
Deze schrijvers hadden een diepe band met God, en durfde zich ook intiem tot God te richten. Daar kunnen wij van leren. Geen angstige afstand, geen valse bescheidenheid.
Ook bevatten de Psalmen prachtige lof verheffingen die ons, nuchtere Nederlanders, kunnen helpen God te aanbidden en vereren.
Er zijn talloze andere redenen om de Psalmen te zingen. Ze staan in de Bijbel, ze zijn zo oud als het geloof, en verbinden ons met gelovigen van vroeger en nu, ver weg en dichtbij. Ze verwoorden geloofs-emoties zoals woede en teleurstelling die wij niet zo snel meer durven te benoemen. Ik ben nog nooit een christen tegen gekomen die het een slecht idee vindt om de Psalmen te zingen.

Maar
Maar op de één of andere manier zijn de Psalmen in de traditionele kerken gelijk komen te staan met twee oude berijmingen en de bijbehorende Geneefse melodieën, gezongen op het orgel. Vreemd genoeg noemen we vertolkingen die (veel) dichter bij de oorspronkelijke tekst staan enkel ‘Psalmliederen’ of ‘Opwekking’, en zingen we deze sporadisch.
Halleluja looft God in zijn heiligdom (Psalm 150), Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen (Psalm 1), Mijn toevlucht (Psalm 91), Uit de diepte roep ik U (Psalm 130), Wat hou ik van uw huis (Psalm 84). Soms past de oude berijming zelfs prima op een nieuwe melodie, zoals bij Juicht aarde, juicht alom de Heer! (Psalm 100), het zijn allemaal Psalmvertolkingen die met veel enthousiasme gezongen worden, de tekst en de melodie liggen veel dichter bij de zangcultuur van nu. Ook kunnen deze Psalmen gezongen worden met instrumenten die echt genoemd worden in de Psalmen. Daardoor kunnen veel meer gemeenteleden een bijdrage leveren aan de dienst door met de dwarsfluit, piano, gitaar, blokfluit of trompet de gemeente te begeleiden. Misschien kunnen we zelfs nog schallende cimbalen, een luit of een harp vinden, en alles wat adem heeft de Heer laten loven!

Bühne
De Geneefse melodieën en de oude berijmingen zijn tot zegen geweest. Dankzij Calvijn kwamen deze berijmingen tot stand en ging de gemeente weer zingen! Nu moeten we oppassen dat het middel niet heilig verklaard wordt en het doel uit het oog verloren wordt. Als we nieuwe generaties bij de Psalmen willen houden hebben we geen andere keus dan de o.a. zojuist genoemde vertolkingen breeduit te zingen in onze erediensten. Als we de oude berijmingen blijven zingen is elke uitspraak dat we de Psalmen voor de toekomst willen bewaren voor de bühne. Dan wil je helemaal niet de Psalmen bewaren, maar alleen maar je eigen muzieksmaak of je eigen vertrouwde zinnen. Het is een egoïstische houding van oudere generaties waar geen enkele grond voor is. Vaak worden dit soort uitspraken aangekleed met smoesjes; dat de gemeente alleen met orgel begeleid kan worden, de nieuwe berijmingen kwalitatief niet literair genoeg zijn, of dat ‘gewone’ gemeenteleden niet de muzikale capaciteiten hebben om de diensten te begeleiden. Onzin. Een predikant zei ooit na de dienst verongelijkt dat de gemeente bij Opwekking veel enthousiaster zong dan bij de (Geneefse) Psalmen. Wat willen we? Dat God toegezongen wordt vanuit heel ons hart, of willen we op zondag conservatoriumconcerten horen? (Wat overigens een ernstige overschatting is van de huidige situatie).

Plan van aanpak
Als de Kerk de psalmen wil bewaren voor de toekomst moeten we nu stappen maken. Als eerste moeten we Psalmen ook Psalmen noemen, ook als ze in Opwekking of Psalmen voor Nu staan. “Gemeente, we zingen nu Psalm 150 uit de berijming zoals we deze vinden in Opwekking”. Dan weet de jeugd meteen dat het om een Psalm gaat. (Evangelische gemeenten kunnen dit ook overnemen.) Vervolgens kunnen kerken lijsten samenstellen waarop alle Psalmen van 1 tot 150 genoemd worden in nieuwe vertolkingen, als het kan zelfs meerdere versies naast elkaar. Als er nog gaten zijn leggen we de oproep neer bij componisten en musici om deze in te vullen. Predikanten kunnen dan in de komende jaren steeds vaker kiezen voor een nieuwe vertolking, in plaats van een oude. Uiteraard geldt ook een 21ste eeuwse berijming als een Psalm voor gemeenten die een minimum aantal Psalmen per dienst zingen.

Ouderen
Natuurlijk is het belangrijk om rekening te houden met ouderen die zoveel van de Geneefse versies zijn gaan houden. Deze mogen we daarom niet binnen een paar jaar de deur uitwerken. (Of om het iets scherper te stellen, we mogen hen niet aandoen wat jonge generaties wel decennia lang is aangedaan, hen weigeren om Psalmvertolkingen te zingen die hun hart raken).
Toch kan ik me zo voorstellen dat over een jaar of 20 de oude Psalmberijmingen alleen nog bij uitzondering gezongen zullen worden. Ik denk dat oude generaties veel nieuwe Psalmberijmingen ook prachtig zullen vinden. Ook zij zijn mensen van deze tijd. Ook is het mijn ervaring dat de echte ouderen in de gemeente veel meer vreugde hebben als de jongeren naast hen uit volle borst meezingen. De oudere generatie heb ik leren kennen als een gunnende generatie.
Dit jaar vieren we 500 jaar reformatie. Een fantastisch moment om precies dat te doen wat de reformatoren deden: de kerk hervormen en de psalmen weer bij de gewone gemeenteleden brengen. Er is niets dat ons tegenhoudt, er zijn alleen maar aanmoedigingen.

——-
Dit blog is het derde in een serie over de vormgeving van kerkdiensten in de 21ste eeuw
1. Niet voor buitenstaanders
2. Het huis van God
3. Zuiver vals zingen
4. Wil de orthodoxie de psalmen wel behouden?

Reacties