You’ll never walk alone – Feyenoord en de kerk

Afgelopen weekend was er eindelijk weer hoop in Rotterdam. Na al die jaren van diepe dalen en teleurstellingen leek het eindelijk feest te worden. Overal in de stad liepen mensen met vlaggen, er werd gelachen, de terrassen stonden bomvol. Na 18 jaar zou het eindelijk moeten gebeuren. Samen met mijn zoon stond ik in een bomvolle kuip. Vlak voor de wedstrijd begon gingen de sjaals omhoog, en zong het hele legioen met volle borst: “You’ll never walk alone!” (zie youtube filmpje onderin de pagina)

Er zijn veel overeenkomsten tussen voetbal en geloven. Voor sommige overeenkomsten moeten we ons schamen, van anderen kunnen we leren. You’ll never walk alone is zo’n leer pareltje van hoop. Het is een lied dat in elke kerk gezongen kan worden. Al ga je door de storm en word je door het duister overmand, blijf doorgaan, met hoop in je hart, je zult nooit alleen zijn! Dan moet ik denken aan God. Je hoeft het lijden niet alleen te dragen, ook midden in de nacht niet als het donker is, dwars door de schaduwen in je hoofd heen mag je weten dat je niet alleen bent.

Zoals iemand die gezond en gelukkig is niet echt begrijpt hoe het is om ziek en ongelukkig te zijn, zo begrijpt een Amsterdammer niet wat het is om 18 jaar geen kampioen te zijn geworden. Niet gelovigen begrijpen niet waarom christenen zoveel geven om hun Heer en Verlosser, zoals niet-Feyenoorders niet begrijpen waar men zich zo druk om maakt. Maar daar in die Kuip waren heel veel mensen die heel hard hoopten op die titel. Dat is meer dan een balletje in een netje, het is samen met elkaar blij zijn en hopen dat je feest kunt vieren. En vandaag moest het gebeuren. Daarom werd er extra hard gezongen, buiten in de rij al, en op de trappen van het stadion. Wat veel christenen niet weten is dat het in De Kuip net een kerk is. Mensen draaien zich om, en spreken je aan. Mijn zoon kreeg aandacht: “Voor jou moet het ook gaaf zijn hé!” en “Geniet er maar van, samen met je vader!” De boomlange kerel naast hem beloofde dat hij voorzichtig zou juichen. Ervaringen worden uitgewisseld: “weet je nog in 1993?”, “Ik was erbij toen tegen Marseille!” of “Helaas kan mijn opa dit niet meer meemaken”.

Want dat is ook You’ll never walk alone! Dat is het verschil tussen thuis voor de buis, of met elkaar en naast elkaar. Veel niet-fans denken dat de voetballerij afgoden verering is. Maar zo is het niet in Rotterdam. Feyenoord dat zijn wij, de fans. En elk jaar zijn er 20 spelers die ‘ons’ shirt aan mogen trekken, en we juichen als ze het goed doen, en we balen als verliezen, maar we verafgoden ze niet.
Dat samen met elkaar, dat is wel iets moois, het lijkt ook wel heel erg op de kerk. Je bent samen christen, niet thuis in je eentje. Je steunt elkaar in moeilijke tijden, en viert met elkaar de hoogtijdagen. De tienduizenden lichtjes op de tribunes toen de moeder van Tonny Vilhena was gestorven, en nu het feest omdat we eindelijk kampioen zouden worden… You’ll never walk alone!

Het verschil met de kerk is dat het in De Kuip intenser is. Het lijkt wel alsof veel voetbalfans meer van Feyenoord houden, dan christenen van God. Daar is van alles over te zeggen, maar het moet ons ook tot nadenken dwingen. Wat is dat met die Feyenoorder die op maandag wel vol passie over de wedstrijd vertelt, terwijl zijn christelijke collega niet eens durft te noemen dat hij in de kerk is geweest. Wat is dat met die jongen die de hele week uitkijkt naar de wedstrijd, terwijl zijn vriendje niet de dagen aftelt naar die prachtige eredienst. Appels met peren, maar toch.

Maar de storm stak op, daar in de kuip, en het werd donker. Waar we verwachtten dat het eindelijk licht zou worden, werd het duisterder dan ooit. Na de 1-0 viel de 2-0 en de 3-0. Het werd doodstil. Mijn zoon verstarde. Alles leek om te vallen, de aankomst van de spelers, de huldiging, het grote feest, fietsen over de Erasmusbrug naar een van vreugde kolkende stad, feest op de Coolsingel. Eindelijk lachend tegen je Ajax-vriendjes: “Helemaal niets in Amsterdam!” kunnen zeggen. Het werd opnieuw Helemaal niets in Rotterdam.
Ik moet denken aan die collega, die 3 weken lang zo blij was met zijn nieuwe medicijnen. Eindelijk kreeg zijn leven weer perspectief. Maar na 3 weken stootte zijn lichaam het toch af. Helemaal niets meer, vertelde hij met tranen in zijn ogen. Dat zijn echte problemen. Dat begreep mijn zoontje ook wel, dat je beter in De Kuip kunt balen, dan wonen in Syrië.

Het werd stil in De Kuip. Toen stond een boom van een kerel op: “KANKER FEYENOORD!” riep hij. En nog een keer, en nog een keer. 10 stoelen verderop ging een andere kleerkast staan: “DAT ZEG JE NIET OVER FEYENOORD! HOU JE BEK!” Er volgde een gesprek als tussen twee christenen waar de ene teleurgesteld was door de preek, terwijl de ander juist zegen ervoer. “Ik ben ook een Feyenoorder, al mijn geld, al die jaren, en nu dit!” klaagde de kankeraar. “Ja maar juist nu zijn we Feyenoorders, juist als het tegen zit!” Oké, in het echt gingen ze bijna op de vuist, en haalde een vriend ze net op tijd uit elkaar, maar toch. Teleurstelling, bemoediging, vermaning, allemaal net als in de kerk, maar dan iets intenser.
Een man voor ons draaide zich om naar mijn zoon. “Nu weet jij ook hoe het is om Feyenoorder te zijn!” zei hij, met een wrange glimlach.

En toen, midden in al die ellende en al dat verdriet gingen er een paar supporters staan. “You’ll never walk alone!” begonnen ze te zingen. Eerlijk is eerlijk, het klonk niet zo intens als voor de wedstrijd, maar toch zongen we mee. Juist nu. “When you walk through the storm, hold your head up high! And don’t be afraid of the dark. At the end of the road, there’s a golden sky, and the sweet silver song of a lark. Walk on, through the winds, walk on through the rains, though your dreams be tossed and blown. Walk on, walk on! With hope in your heart, and you’ll never walk alone!”

Feyenoorder ben je niet vol je lol. Eigenlijk net als christen zijn. Al die twijfels, al die vragen, tegenslag en ziekte. Het gaat niet altijd zoals je wilt, je voelt je soms alleen. Waarom ervaar ik God niet? Waar was hij toen mijn vrouw stierf? Wie ben ik voor hem, nu ik anders ben dan de anderen?
Daarom was ik blij dat ik in De Kuip was met mijn zoon, bij de grootste deceptie van zijn leven. Samen zijn, ook als het tegen zit. Daar word je sterker van. Ik hoop dat we in de kerk ook naast elkaar blijven staan als het tegen zit, en dat we door durven gaan als het geloven ons zwaar valt. Die persoon die door een donker dal gaat heeft geen antwoorden nodig, ze hoeft niet tegengesproken te worden omdat ze het verkeerd ziet. We moeten naast hen staan. Christen zijn doe je samen, als de zon schijnt, en als het regent. Met hoop in onze harten! Aan het eind van de weg is een gouden hemel, en klinkt het prachtige lied van een leeuwerik! Blijf doorlopen, door weer en wind, en hef je hoofd omhoog, dan loop je nooit alleen!

You’ll never walk alone, eigenlijk is het een psalm. “Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij.”
Hou vol, broeders en zusters! hou elkaar vast! Dan zullen we nooit alleen zijn. Misschien is de verlossing wel dichterbij dan we dachten! Misschien komende zondag al. ’s Morgens in de kerk bedoel ik dan hé 😉

Reacties