Een kinderachtig blogje over een kinderachtig liedje

Beste kinderen,

Dankzij de titel van dit verhaal lezen de grote mensen gelukkig niet meer mee. Want ik wil jullie iets vertellen over waarom ik zo verdrietig was, en waarom ik dankzij een kinderliedje weer een beetje hoop kreeg. Ik denk dat kinderliedjes de mooiste liedjes zijn. Een hele bekende dominee zei dat de engelen in de hemel, als ze aan het werk zijn, Bach spelen op hun muziekinstrumenten. Zelf denk ik denk dat ze kinderliedjes spelen als ze vrij zijn.

Maar ik speelde even geen liedjes meer. Ik weet niet of jullie weleens heel erg verdrietig zijn, en dan een uurtje later weer blij en vrolijk. Ze zeggen dat dat bij kinderen hoort. Jantje lacht, Jantje huilt, zeggen ze dan. Ik ben dan een groot mens, maar ik heb dat ook weleens. Wat ik dan erg vind is dat mensen elkaar pijn en verdriet doen. Soms expres, maar eigenlijk vind ik het nog verdrietiger als het per ongeluk gaat. Ik doe dat ook weleens. Dan wil ik vriendelijk of aardig zijn, maar dan doe ik het helemaal verkeerd, en maak ik iemand boos of teleurgesteld. Misschien wel zelfs terwijl ik dit verhaaltje type. Iedereen doet dat. Daar wordt ik bedroefd van, maar dat is nog niet waarom ik soms zo heel erg verdrietig ben.

Want ook in de kerk gebeurt het. Ook mensen die heel veel van de Heer Jezus houden, zoals dominees, en mensen die veel van de Bijbel weten, doen andere mensen pijn. Soms is het zelfs zo erg dat we denken dat we iets zeggen wat de Heer God wil, maar maken we er mensen een beetje kapot mee. Soms willen we liever gelijk krijgen, dan dat we met elkaar beter leren begrijpen wat God wil. Op die manier hebben wij als christenen heel veel dingen verkeerd gedaan. Gelukkig deden we ook veel goede dingen, maar van die domme, stomme, slechte dingen, daar wordt ik wel verdrietig van. Toch was ook dat nog niet waarom ik soms zo heel heel erg verdrietig ben.

Want weet je, daarom vertrouw ik juist zoveel op de Heer Jezus. Dan denk ik: wij grote mensen proberen wel van alles, maar we maken er een rommeltje van. Maar op een dag komt Jezus terug, en dan zal hij alles goed maken. Dan zal hij ervoor zorgen dat ik geen nieuwe rommel maak. Daar kijk ik heel erg naar uit. Ik snap helemaal niets van hoe dat kan. Als Jezus koning is, kan ik dan nog wel wedstrijdjes sporten? Of kan dat dan niet meer omdat er dan nooit meer iemand mag verliezen? Of vind ik dan verliezen niet zo erg meer? En als alles goed is, kan ik dan nooit meer verdwalen? Want soms is het wel spannend om te verdwalen en de weg een beetje kwijt te zijn. Dat soort vragen heb ik dan.

Maar soms denk ik ook weleens, gaat Jezus wel koning worden? Of houd ik mezelf voor de gek? Een beetje zoals wanneer je ‘s nachts wakker wordt door een nachtmerrie, maar dat je dan eigenlijk nog droomt, en op zoek gaat naar mamma of pappa, maar die zijn er dan helemaal niet. “Mamma, pappa!” roep je dan, maar alles is donker en je weet niet waar je naartoe moet. Dat heb ik soms als ik wakker ben. Dan denk ik: Heer, waar bent u? Wat als de Heer God er nu toch niet is, en alles blijft zoals het is totdat we dood gaan, wat is dat dan erg. Waarom zou ik dan nog verder gaan met het schrijven of vertellen van verhalen over God. Waarom zou ik dan nog vriendelijk proberen te doen, als dat toch allemaal mislukt. Kan ik dan niet beter de hele dag computerspelletjes spelen en in bad liggen? Wie gaat ons, grote mensen, dan ooit helpen om elkaar echt te begrijpen? Dan voel ik me heel erg alleen. En daar wordt ik heel erg verdrietig van.

Meestal had ik dat verdriet zo af en toe, en lachte ik een paar uurtjes later weer. Maar de afgelopen weken knaagt er een stemmetje ook als ik vrolijk ben ergens in mijn hoofd, dat zegt: “De Heer God bestaat helemaal niet, het is allemaal voor niets!” En als ik daar over na probeer te denken, dan raken mijn hersens steeds meer in de knoop.
Maar gelukkig heb ik een dochter van 7. Een paar weken geleden deed ze een dansje bij ons in de kerk, en pas zong ze dat liedje weer voor me. Een echt kinderliedje. Als jij dit leest ben je er misschien al veel te groot voor. Het is misschien zelfs een kinderachtig liedje. Maar ik moest er om huilen. Niet alleen van verdriet, maar ook van blijheid. En elke keer als ik nu weer heel erg verdrietig ben,

dan luister ik dit liedje, en kan ik er tegenaan.
Want God zegt over jou en mij,
iets bijzonders,
en dat maakt mij blij.

Hij zegt:
Groter dan een berg zo hoog,

mooier dan een regenboog
dieper dan de oceaan is hoeveel ik van je hou
Maak je dus geen zorgen meer,
elke dag ben ik er weer.
Als je eens wist hoeveel ik van je hou.

Het geldt dus ook voor jou, je bent niet meer alleen.
Herinner je dan telkens weer, hij maakt alles goed.

Dan denk je misschien: van dit liedje gaan je hersens toch niet uit de knoop? En dat klopt. Nog steeds denk ik dan: Heer God, waarom mag ik u niet zien? Maar mijn hart wordt er zo ontzettend blij van als ik God hoor zeggen dat hij zoveel van mij houdt. Toen mijn dochtertje dat voor mij zong vond ik dat veel belangrijker dan dat mijn hersens uit de knoop raakten, of dan dat ik op al mijn vragen een antwoord kreeg. Dat die God, die zo groot en knap is, zo moeilijk en ingewikkeld, zo onbegrijpelijk en onzichtbaar, dat die God zoveel van mij houdt maakt mij blijer dan alles wat me verdrietig maakt. Maak je dus geen zorgen meer, zegt hij in dat liedje. Je bent niet meer alleen. De liefde van die God laat mij weer leven, zelfs als ik hem niet kan zien.

En daarom lieve kinderen, wil ik jullie vragen om te blijven zingen en te blijven dansen. Want als wij grote mensen het weer eens ingewikkeld maken in de kerk, dan kunnen jullie ons vertellen wat echt belangrijk is! Want zoveel hield God van de wereld dat hij zijn enige zoon gaf, zodat iedereen die op hem vertrouwt niet kapot gaat, maar voor altijd echt leeft!

Reacties